REGLEMENT TUCHTRECHTSPRAAK
KLM Honk- en Softballvereniging D.V.H. te Amstelveen
Tuchtrechtspraak.
Artikel 1.
•1. De tuchtrechtspraak wordt uitgeoefend door de Tuchtrechtcommissie (TRC), alsmede de Commissie van Beroep (CVB), een en ander volgens de bepalingen van het onderhavige reglement. De TRC en de CVB zijn als enige bevoegd tot de tuchtrechtspraak binnen de vereniging, behoudens het gestelde in artikel 7 lid 2 en lid 5b van de Statuten der vereniging.
•2. Zoals in lid 1 van dit artikel bepaald is de tuchtrechtspraak binnen de vereniging opgedragen aan de TRC en de CVB, waarvan de benoeming, werkwijze en bevoegdheid worden geregeld en omschreven in artikel 2 en artikel 5 van dit reglement. Het bestuur is niet bevoegd een uitspraak van de commissies te wijzigen, te vernietigen of te ontkrachten.
Samenstelling en werkwijze van de Tuchtcommissie.
Artikel 2.
•1. De TRC is belast met het - in eerste aanleg - nemen van maatregelen van orde en tucht, als in artikel 3 van dit reglement genoemd, ter zake van handelingen of nalatigheden waardoor enig belang of het aanzien van de vereniging dan wel de goede naam van de honk- en/of softbalsport wordt geschaad of in opspraak gebracht, een en ander voor zover daarop in andere reglementen of besluiten van de vereniging geen speciale (administratieve) sancties zijn gesteld.
•2. De TRC bestaat uit een door het bestuur te bepalen, oneven aantal leden, telkens voor de duur van twee jaar te benoemen door het bestuur, waarbij een voorzitter en een secretaris door de TRC-leden worden gekozen. In tussentijdse vacatures wordt door het bestuur voorzien. De voorzitter van TRC is belast met de algemene leiding van de commissie. De secretaris is onder meer belast met het verzenden van de uitspraken van de commissie, het publiceren daarvan in het officiële orgaan van de vereniging[1] en het bijhouden van een register van de uitspraken.
•3. Voor het zitting nemen in de TRC is het lidmaatschap of het erelidmaatschap van de vereniging vereist. Het lidmaatschap van de TRC is onverenigbaar met het lidmaatschap van de CVB en met het lidmaatschap van het bestuur van de vereniging.
•4. De TRC is bevoegd personen wier getuigenis volgens haar van belang zou kunnen zijn voor een juiste oordeelsvorming, op te roepen als getuige te verschijnen en deze getuigen te horen, respectievelijk hen op te dragen door de commissie aan hen gestelde vragen schriftelijk[2] te beantwoorden. De TRC bepaalt zelf de te volgen procesgang met inachtneming van de door de voorzitter van de commissie, in overleg met de overige leden van de commissie, uit te vaardigen algemene richtlijnen.
•5. De zaak wordt door de TRC mondeling behandeld tenzij de betrokkenen nadrukkelijk hebben verklaard genoegen te nemen met schriftelijke behandeling. Indien de voorzitter der TRC van oordeel is dat op grond van de overlegde bescheiden, de TRC redelijkerwijs tot een uitspraak kan komen, kan met schriftelijke behandeling worden volstaan. Een uitspraak tot toepassing van een maatregel genoemd in artikel 3 lid 1 onder e. vereist evenwel steeds een voorafgaande mondelinge behandeling.
•6. De TRC maakt van elke beslissing of uitspraak een door de betrokken commissieleden te ondertekenen stuk, inhoudende de overwegingen. De uitspraak bevat de gronden waarop deze berust en geeft voorts aan op welke wijze beroep kan worden aangetekend, alsmede of de tenuitvoerlegging, ten behoeve van beroep, wordt opgeschort. Dit behelst tevens een uitspraak met betrekking tot de betaling van de kosten welke aan de behandeling van de zaak zijn verbonden. Zo spoedig mogelijk na de eerste confrontatie van de TRC met de betreffende zaak dient de uitspraak plaats te vinden.
•7. De uitspraak van de TRC is slechts geldig als deze is genomen op grond van een stemming, waaraan de meerderheid van de commissie heeft deelgenomen.
•8. De secretaris van de vereniging, of zijn plaatsvervanger, draagt zorg dat de TRC zo spoedig mogelijk in het bezit wordt gesteld van de stukken, rapporten en verdere bescheiden welke op de door haar te behandelen zaken betrekking hebben.
•9. De TRC heeft het recht haar beslissing te herzien, indien haar dit door nieuw gebleken feiten noodzakelijk voorkomt.
Maatregelen van Orde en Tucht.
Artikel 3.
•1. De maatregelen en besluiten tot het nemen waarvan de TRC bevoegd is, zijn onverminderd het gestelde in de statuten der vereniging in artikel 7 lid 1 tot en met artikel 6 en in artikel 11 lid 6 - de volgende:
•a) het geven van een waarschuwing en/of van een berisping;
•b) oplegging van een geldboete tot een maximum van tweehonderd EURO (€ 200,--) per geval, per individu;
•c) schorsing, c.q. voorlopige schorsing hangende een onderzoek, van de bevoegdheid aan een wedstrijd deel te nemen, hetzij voor een of meer bepaalde wedstrijden, hetzij gedurende een bepaalde periode;
•d) ontzegging van de bevoegdheid om gedurende een bepaalde periode deel te nemen aan activiteiten binnen de vereniging;
•e) advies aan het bestuur om te besluiten tot ontzetting (royement) van het betrokken lid.
•2. Combinatie van vorenbedoelde maatregelen en besluiten is mogelijk, mits niet gescheiden uitgesproken.
•3. Maatregelen en besluiten als vorenbedoeld worden zo spoedig mogelijk gepubliceerd in het officiële orgaan van de vereniging.
•4. Voorwerp van een maatregel of besluit als vorenbedoelde kunnen zijn, ereleden, leden en voorts trainers, coaches en andere personen voor wier gedragingen de vereniging jegens haar leden en organen alsmede jegens de bond verantwoordelijk is.
•5. Bij het nemen van een maatregel of besluit als vorenbedoeld kan aan de betrokkenen de verplichting worden opgelegd om eventueel aangerichte schade te vergoeden alsmede om de kosten van de behandeling te betalen.
•6. Een maatregel of besluit als vorenbedoeld kan voorwaardelijk met een proeftijd worden genomen, met dien verstande dat als de daarbij omschreven voorwaarde intreedt of niet wordt nagekomen, de betreffende maatregel of het betreffende besluit onvoorwaardelijk van kracht wordt.
•7. Voorlopige schorsing van een persoon die deelneemt aan een wedstrijd kan worden uitgesproken in geval van zeer ernstige misdragingen waarbij deze persoon door de scheidsrechter uit het veld is gezonden. De TRC is dan bevoegd de betrokken persoon een voorlopige schorsing op te leggen, door welke voorlopige schorsing de betrokkene is uitgesloten van deelneming aan een of meer volgende wedstrijden.
•8. Een voorlopige schorsing eindigt zodra met betrekking tot hetzelfde feit een van de maatregelen of besluiten genoemd in dit artikel onder lid 1 jegens de betrokkene is genomen. Zij vervalt voorts indien binnen een maand nadat het betreffende besluit werd genomen geen maatregelen of besluiten ter zake van hetzelfde feit jegens de betrokkene zijn genomen.
•9. Van de vorenbedoelde maatregelen of besluiten van de TRC daaronder begrepen de weigering zodanige maatregelen of besluiten te nemen, kan de door de maatregel of het besluit getroffene, respectievelijk degene wiens verzoek tot het nemen van een zodanige maatregel of besluit werd afgewezen, in beroep komen bij de CVB volgens het bepaalde in artikel 5.
In werking treden van maatregelen van de Orde en Tucht.
Artikel 4,
De maatregelen en besluiten in artikel 3 lid 1 gaan, tenzij de TRC bij de uitspraak anders besluit, onmiddellijk in. Ontzetting (royement), door het bestuur van de vereniging uitgesproken, gaat eerst in nadat de termijn voor het instellen van beroep is verstreken zonder dat, met inachtneming van het in artikel 7 der statuten bepaalde, beroep is ingesteld bij de algemene ledenvergadering. (ALV)
De straf wordt met schriftelijke bevestiging aan de betrokkene meegedeeld en zo spoedig mogelijk in het officiële orgaan van de vereniging gepubliceerd. Op onbekendheid met de uitspraak kan nimmer beroep worden gedaan.
In geval van een voorlopige schorsing na een zeer ernstige misdraging als bedoeld in artikel 3 lid 7 kan de voorlopige schorsing ook mondeling (eventueel telefonisch) worden aangezegd. Zij zal daarna, zo nodig, aan de betrokkene schriftelijk worden bevestigd.
Commissie van Beroep.
Artikel 5.
•1. De CVB is belast met de rechtspraak in hoger beroep, tevens hoogste aanleg, met betrekking tot uitspraken van de TRC.
•2. De CVB bestaat uit een voorzitter, een secretaris en een of meer andere leden benevens tenminste twee plaatsvervangende leden. Het aantal dient oneven te zijn en alle leden van de CVB dienen meerderjarig te zijn.
•3. De voorzitter en de secretaris van de CVB worden door de CVB-leden benoemd. De CVB kiest ook uit haar midden een plaatsvervangende voorzitter en een plaatsvervangende secretaris.
•4. De benoeming van de leden der CVB geschiedt ad hoc en zo spoedig mogelijk, door het bestuur der vereniging en met inachtneming van het gestelde in artikel 2 lid 3 van dit reglement tuchtrechtspraak.
•5. De CVB beslist binnen een maand na ontvangst van het beroepschrift, behoudens verlening van deze termijn door de CVB indien daartoe gronden zijn en bepaalt te wiens lasten de kosten, welke aan de behandeling van het beroep zijn verbonden, zullen komen. Een beroep zal alleen in behandeling worden genomen nadat de appellant een, door de CVB te bepalen, waarborg van tenminste vijfentwintig EURO (€ 25,--) heeft gesteld voor de eventuele betaling van de kosten van behandeling.
•6. Elk beroep op de CVB moet schriftelijk met redenen omkleed binnen veertien dagen nadat aan de betrokkene de betreffende maatregel of beslissing is medegedeeld met gelijktijdige verzending van een afschrift aan de eventuele wederpartij(en) worden ingediend bij de secretaris van de CVB via de secretaris van de vereniging.
•7. De CVB stelt overigens zelfde verdere procesgang vast. Van de uitspraak van de CVB staat geen hogere voorziening door enig ander orgaan of instantie open De uitspraak wordt door de secretaris van de CVB schriftelijk medegedeeld aan de betrokkene alsmede aan de secretaris van de vereniging en zo spoedig mogelijk gepubliceerd in het officiële orgaan van de vereniging.
•8. Door het instellen van beroep wordt de maatregel of het besluit waartegen hel beroep is gericht niet opgeschort, tenzij zulks is bepaald in de uitspraak waartegen het beroep wordt ingesteld en behoudens ontzegging (royement) conform artikel 7 van de statuten waarbij -volgens gelijk artikel- beroep slechts open staat op de ALV.
Verplichting tot medewerking
Artikel 6
Alle personen, onderworpen aan de bepalingen van de statuten of enig reglement van de vereniging, zijn verplicht aan de uitvoering van de bepalingen van dit reglement medewerking te verlenen, daaronder begrepen de verplichting tot verschijnen voor, en het verstrekken van volledige en juiste inlichtingen aan, alle instanties aan wie tot de handhaving van de orde en tucht is opgedragen.
•1. Indien een scheidsrechter een persoon als bedoeld in artikel 3 lid 4 van dit reglement, wegens belediging of wangedrag een officiële waarschuwing heeft gegeven of die persoon uit het veld heeft gezonden, is die persoon verplicht direct na de wedstrijd, via de secretaris van de vereniging zowel bij de secretaris van de TRC als bij de secretaris van de strafcommissie (SC) van de KNBSB een schriftelijke uiteenzetting van het geval in te dienen. Indien zulks niet binnen twee maal 24 uur is geschied wordt men geacht van verweer te hebben afgezien.
•2. De vereniging is verplicht, op straffe van verbeurte van een bij het KNBSB-reglement van wedstrijden bepaalde boete, binnen twee maal 24 uur na afloop van de wedstrijd waarbij een speler/speelster van de vereniging een officiële waarschuwing heeft gekregen en/of uit het veld is gezonden, zowel de secretaris als de TRC van de vereniging als de secretaris van de strafcommissie (SC) van de KNBSB een schriftelijke uiteenzetting van het geval te doen toekomen.
Nadere bepalingen.
Artikel 7
In bijzondere gevallen van tuchtrechtspraak binnen de vereniging (bijvoorbeeld waarbij een lid van de TRC betrokken is) zal de voltallige TRC zich terug trekken uit de betreffende zaak en treedt het bestuur van de vereniging, eenmalig, in de rechten en bevoegdheden van de TRC. Wanneer op deze wijze tuchtrechtspraak wordt uitgeoefend door het bestuur dient dit plaatsvervangend college te bestaan uit een oneven aantal en voorts uit ten minste drie bestuursleden; tevens kiest het uit haar midden een voorzitter en
een secretaris. Met bestuur bepaalt de uitleg van dit artikel.
Slotbepaling.
Artikel 8.
Indien een lid zich aan de uitspraak van de TRC of- in beroep - de CVB of de ALV onttrekt, is het bestuur bevoegd zelfstandig schorsing, of ontneming van rechten op te leggen dan wel een andere maatregel te nemen, totdat de betrokkene aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Een dergelijk besluit is niet vatbaar voor beroep doch dient door het bestuur te worden medegedeeld aan de eerstvolgende algemene ledenvergadering.
Aldus vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering,
... januari 2010, te Amstelveen.
De Secretaris, De Voorzitter.
ALGEMENE RICHTLIJNEN TRC
als bedoeld in Art. 2 lid 4 van
Reglement Tuchtrechtspraak
- Het bestuur zal bevorderen dat binnen de vereniging bekendheid wordt gegeven aan het feit dat de TRC rechtstreeks benaderbaar is voor allen, zodat ook snel en adequaat op incidenten kan worden gereageerd.
- Direct nadat documenten met betrekking tot het incident beschikbaar zijn, overlegt de voorzitter van de TRC met de overige leden omtrent de te volgen werkwijze. Dit overleg kan op alle mogelijke manieren plaatsvinden (denk aan e-mail, telefoon, Skype etc.)
- Wanneer wordt besloten de zaak schriftelijk te behandelen, zal de secretaris alle betrokkenen daarvan op de hoogte stellen en het betrokken lid de gelegenheid geven alsnog een mondelinge behandeling aan te vragen; hieraan zal een (korte) termijn worden verbonden en bij gebreke van een zodanig verzoek zal het lid geacht worden te hebben ingestemd met de schriftelijke behandeling.
•1. De secretaris zal alle betrokkenen op de hoogte stellen van de klacht en van de vragen die de TRC door hen beantwoord wil zien. Ten overvloede : alle leden zijn op basis van het Reglement verplicht hieraan mee te werken.
•2. Wanneer de TRC meent voldoende geïnformeerd te zijn, komt zij in zitting bijeen en doet zij een uitspraak. Ook deze zitting kan op alle mogelijke manieren plaatsvinden.
- Wanneer wordt besloten de zaak mondeling te behandelen dan wel op verzoek van het betrokken lid, zal de secretaris alle betrokkenen op de hoogte stellen van de klacht en van datum en tijdstip van de mondelinge behandeling. Ten overvloede : alle leden zijn op basis van het Reglement verplicht aan de oproep gehoor te geven, te verschijnen en aan het onderzoek hun medewerking te verlenen.
Van hetgeen op de zitting wordt besproken, zal een verslag worden gemaakt.
Indien enigszins mogelijk doet de TRC direct na de mondelinge behandeling een mondelinge uitspraak welke daarna schriftelijk wordt bevestigd.
- De TRC zal bij behandeling van zaken zo veel als mogelijk is de privacy van alle betrokkenen bewaken.
[1] Waar in dit Reglement wordt gesproken over het officiële orgaan van de vereniging, wordt daaronder uitdrukkelijk begrepen de door de vereniging geëxploiteerde website http://www.dvh-amstelveen.nl/ of enige opvolger daarvan.
[2] Waar in dit reglement wordt gesproken over schriftelijke communicatie, wordt daaronder uitdrukkelijk begrepen e-mail met ontvangst bevestiging.